Nederlanders hebben in 2025 opnieuw meer geld uitgegeven aan eten en drinken buitenshuis. De totale bestedingen aan de zogenoemde out-of-homemarkt kwamen uit op ongeveer €23 miljard, een groei van 3,9% ten opzichte van 2024. Dat klinkt als een duidelijke plus voor horeca, catering, tankstations en foodserviceformules, maar achter dat cijfer zitten meerdere bewegingen tegelijk. Minder thuiswerken speelt een rol, maar minstens zo belangrijk zijn de veranderde prijsstructuur in de horeca, de manier waarop Nederlanders hun vrije tijd invullen, en het feit dat de ‘buitenshuis’-markt veel breder is dan alleen restaurants en cafés. Wie wil begrijpen waarom dit bedrag oploopt, moet kijken naar drie lagen tegelijk: het gedrag van consumenten, de prijsontwikkeling en de operationele realiteit van ondernemers.
Wat valt er precies onder eten en drinken buitenshuis
Wanneer er gesproken wordt over bestedingen aan eten en drinken buitenshuis, gaat het niet alleen om een avond in een restaurant. Het omvat ook lunches op kantoorlocaties, broodjeszaken rond stations, koffie onderweg, snack- en fastfoodformules, bezorg- en afhaalmaaltijden, eet- en drinkmomenten op events en in leisurelocaties, en consumptie bij tankstations of convenience stores. Juist die breedte is belangrijk, omdat sommige subsegmenten harder groeien dan andere. Een stijging in totale bestedingen kan dus komen door meer restaurantbezoek, maar ook door meer ‘kleine momenten’ zoals koffie-to-go, een lunch buiten de deur of een snelle maaltijd na werk.
In die brede markt groeien met name de kanalen die profiteren van mobiliteit en kantoorbezetting. Dat zijn plekken waar je koopt omdat je er toch al bent: stations, binnensteden, kantorengebieden en doorreislocaties. Tegelijk blijft de traditionele horeca (cafés en restaurants) de grootste zichtbare drager van de trend, omdat prijs en beleving daar direct samenkomen.
De headline cijfers en wat die zeggen over het gedrag van consumenten
Het kerngetal is duidelijk: ongeveer €23 miljard aan uitgaven buitenshuis in 2025, goed voor een plus van 3,9% ten opzichte van 2024. Op het eerste gezicht lijkt dat vooral te betekenen dat Nederlanders vaker of ruimer buitenshuis eten en drinken. In werkelijkheid kan die groei uit twee bronnen komen: een hogere prijs per aankoop en een hoger volume aan aankopen. In de praktijk is het meestal een combinatie. Een cappuccino, broodje of avondmaaltijd kost gemiddeld meer dan enkele jaren geleden, maar Nederlanders lijken ook vaker ‘kleine buiten-de-deur-momenten’ in te plannen.
Een belangrijke nuance is dat de groei in uitgaven niet automatisch betekent dat de sector meer winst maakt. Als prijzen stijgen door hogere inkoop- en personeelskosten, kan omzet groeien terwijl marge onder druk blijft. Daarom is het voor ondernemers én consumenten relevant om te weten waar de groei vandaan komt. Een stijging van 3,9% klinkt fors, maar als loonkosten, huur en energie tegelijkertijd stijgen, kan de financiële ruimte voor horeca juist krimpen.
Minder thuiswerken werkt door in lunchmomenten en spontane consumptie
De link met minder thuiswerken zit vooral in routine en omgeving. Wie op kantoor is, koopt vaker onderweg koffie, haalt een lunch buitenshuis of eet na werk nog snel iets in de stad. Thuiswerkers plannen hun dag anders en hebben vaker eten in huis, wat impulsaankopen rond stations en kantoorlocaties remt. Dat thuiswerken sinds de piekjaren na corona enigszins is afgenomen, zie je terug in de herwaardering van de ‘kantoorlunch’ en de herstelde drukte in stedelijke lunchspots.
Er is bovendien een meetbaar element in hoeveel uren Nederlanders thuis werken. Het aandeel thuisgewerkte uren lag in eerdere jaren hoger en is in recente metingen lager dan in de periode direct na de pandemie. Dat betekent niet dat thuiswerken verdwijnt, maar wel dat een deel van de werkweek weer vaker op locatie plaatsvindt. Voor foodservice is dat cruciaal: het verschil tussen drie en twee kantoordagen per week is voor veel lunchconcepten het verschil tussen piekdrukte en een stabiele doorloop.
De prijscomponent en waarom een hogere rekening niet hetzelfde is als meer luxe
Een groot deel van de stijging in out-of-homebestedingen wordt verklaard door prijs. Horecaondernemers hebben in de afgelopen jaren te maken gehad met stijgende inkoopprijzen (grondstoffen, dranken, verpakkingen), hogere loonkosten en structureel duurdere energie en logistiek. Dat vertaalt zich direct in menukaarten en kassabonnen. Daardoor kan de consument op jaarbasis meer besteden, terwijl de hoeveelheid consumpties niet even hard stijgt.
Voor consumenten voelt dat vaak als “alles is duurder geworden”, en dat klopt deels. Tegelijk zie je dat mensen zich aanpassen: minder vaak een volledig driegangenmenu, maar wel vaker een lunch, een koffie-afspraak of een snelle maaltijd. In termen van bestedingen kan dat hetzelfde effect hebben: je gaat misschien minder lang tafelen, maar je koopt vaker iets kleins buitenshuis. De markt groeit dan in aantal transacties, terwijl het ‘grote uit eten’ meer selectief wordt.
Restaurants en cafés trekken mee maar staan ook onder druk
Binnen de totale out-of-homemarkt vormen restaurants en cafés nog altijd een van de grootste onderdelen. Daar is de groei zichtbaar, maar de druk eveneens. Personeel blijft schaars, roosters zijn moeilijker rond te krijgen en de loonsom weegt zwaarder. Dat leidt tot keuzes die je als gast merkt: beperktere openingstijden, minder dagen open, eenvoudiger menu’s, strakkere mise-en-place en meer focus op voorspelbare gerechten met stabiele marges.
Een concreet inzicht uit de jaarcijfers is dat de omzet van cafés en restaurants in 2025 is gegroeid naar ongeveer €12,5 miljard, een stijging van circa 4,3%. Dat is een stevige groei, maar het betekent niet automatisch dat de sector comfortabeler draait. Juist bij restaurants zijn de personeelskosten hoog, terwijl consumenten gevoeliger worden voor prijsstijgingen. De balans verschuift daardoor: meer efficiency, snellere tafelomloop en vaker digitale processen om personeelsdruk te verlagen.
De bredere economische context helpt mee maar niet overal even sterk
De bestedingen aan diensten in Nederland zijn in 2025 in meerdere maanden gegroeid. Dat past bij een breder beeld waarin consumenten iets meer ruimte ervaren om uit te geven aan ervaringen, abonnementen en uitjes. Eten en drinken buitenshuis profiteert daar direct van, omdat het zowel een ‘noodzaak’ kan zijn (lunch onderweg) als een ‘beleving’ (uit eten, borrel, koffiemoment). Als de koopkracht aantrekt, zie je vaak dat mensen sneller kiezen voor gemak en sociale momenten, en dat zijn precies de momenten waarop foodservice omzet maakt.
Tegelijk blijft het een ongelijk speelveld. Hogere prijzen raken huishoudens met lagere inkomens harder. Dat kan leiden tot een tweedeling: aan de ene kant mensen die vaker buiten de deur eten omdat het past in hun budget en agenda, aan de andere kant mensen die juist minderen en vaker thuis koken. De totale markt kan dan toch groeien, omdat hogere inkomensgroepen relatief meer besteden per bezoek.
Waarom fastfood, gemak en to-go structureel winnen
Een opvallende trend is dat de groei in out-of-home niet alleen uit ‘klassieke horeca’ komt, maar juist uit gemak. Fastfoodformules, to-go concepten en convenience op mobiliteitslocaties winnen marktaandeel omdat ze aansluiten bij een drukker ritme. Minder thuiswerken betekent vaak ook meer verplaatsing. Meer verplaatsing betekent meer momenten waarop je onderweg iets koopt. Dat verklaart mede waarom stationsomgevingen, tankstations en binnenstedelijke looproutes zo belangrijk zijn voor de totale markt.
Daarnaast is bezorging en afhaal nog altijd een onderdeel van de buitenshuisbestedingen, ook al voelen consumenten dat soms als “thuis eten”. Een pizza of maaltijd besteld bij een bezorgplatform telt in veel marktdefinities mee als out-of-home, omdat het via foodservicekanalen loopt. Daarmee wordt de markt breder dan de stoelen in een restaurant en groeit het totaal sneller dan je op basis van volle terrassen zou denken.
Wat ondernemers doen om groei om te zetten in houdbaarheid
Omdat kosten hoog blijven, zoeken ondernemers naar manieren om groei niet alleen in omzet, maar ook in bedrijfsvoering te realiseren. Automatisering is daarbij een kernwoord. Dat gaat niet alleen over robots, maar ook over simpele dingen die arbeidsuren besparen: bestellen via QR, digitale kassa’s met betere data, slimmere roosters, voorraadbeheer, standaardisatie in de keuken en self-service op drukke momenten. De reden is eenvoudig: personeel is duurder en schaarser, en de vraag van consumenten is grilliger. Ondernemers willen pieken aankunnen zonder dat ze structureel te veel mensen op de loonlijst moeten zetten.
Ook zie je dat ondernemers de kaart aanpassen. Minder menu-items, meer focus op gerechten met voorspelbare inkoop en minder waste, en vaker combinaties die snel te produceren zijn. Dat is niet altijd zichtbaar als gast, maar het is wel een directe reactie op de realiteit dat marges in de horeca dun zijn, zelfs als de totale markt groeit.
Wat dit betekent voor consumenten in 2026
Voor 2026 wordt opnieuw groei verwacht, maar minder uitbundig dan in sommige eerdere periodes. Een groei van rond de 3% wordt als realistisch gezien voor de out-of-homemarkt, wat betekent dat het uitgavenpatroon hoog blijft en dat buitenshuis eten en drinken stevig verankerd is in het dagelijks leven. Voor consumenten betekent dit waarschijnlijk twee dingen tegelijk: de prijsdruk blijft voelbaar, maar het aanbod blijft ook verbeteren in gemak, snelheid en variatie.
Wie in 2026 goedkoper buitenshuis wil eten, zal vaker moeten sturen op timing en kanaal. Lunchdeals, doordeweekse acties en concepten met hoge doorloop zijn meestal goedkoper dan avondbeleving in het weekend. Tegelijk blijft de grootste prijsstijging vaak zitten in dranken en servicecomponenten, niet alleen in het eten zelf. Dat verklaart waarom een simpele borrel of koffiemoment voor veel mensen “ineens duur” voelt.
De kern in één zin en waarom dit onderwerp breder is dan horeca
Dat Nederlanders in 2025 meer uitgeven aan eten en drinken buitenshuis is een combinatie van minder thuiswerken, meer mobiliteit, prijsstijgingen en een verschuiving naar gemak en kleine consumptiemomenten, terwijl ondernemers tegelijkertijd moeten automatiseren en standaardiseren om de kosten te beheersen. De groei van €23 miljard is dus niet alleen een horeca-verhaal, maar een verhaal over hoe Nederlanders werken, reizen, hun vrije tijd invullen en waar ze gemak boven koken zetten.





.
• Wat denken jullie dat het belangrijkste is: het minder thuiswerken of de veranderde prijsstructuur in de horeca als reden voor de groei in buitenshuis eten?
— geplaatst door webcare
Ik denk dat het minder thuiswerken en de veranderde prijsstructuur in de horeca eigenlijk onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Zoals het artikel aangeeft, zien we dat de out-of-homemarkt veel breder is dan alleen restaurants en cafés, met ook groei in kantoorlocaties en stations. Minder thuiswerken betekent simpelweg dat mensen vaker onderweg of op kantoor zijn en dus meer geneigd zijn om buiten de deur te eten, maar die prijsstructuur in de horeca maakt het ook aantrekkelijker of juist duurder voor consumenten, wat de bestedingen beïnvloedt. Het is dus geen kwestie van óf het één, óf het ander, maar van méér bewegingen tegelijk die elkaar versterken.
— geplaatst door moderator
De vraag wat belangrijker is: minder thuiswerken of prijsveranderingen, laat zich moeilijk eenduidig beantwoorden. Het artikel geeft duidelijk aan dat je de drie lagen tegelijk moet bekijken: consumentengedrag, prijsontwikkeling en de operationele realiteit van ondernemers. Minder thuiswerken verandert het consumentengedrag, de prijzen bepalen hoe vaak mensen kiezen voor uit eten gaan, en ondernemers moeten daarmee schakelen. Het is juist deze combinatie die ervoor zorgt dat de bestedingen buiten de deur omhoog gaan. Het is dus niet één factor, maar een samenspel.
— geplaatst door community
Interessant om te lezen dat de totale out-of-homemarkt €23 miljard bedraagt en zo breed is opgezet. Juist die breedte maakt het lastig om één factor aan te wijzen als belangrijkste. Minder thuiswerken zorgt ervoor dat mensen vaker onderweg zijn en dus vaker iets kopen bij bijvoorbeeld tankstations of lunchspots. Maar de gewijzigde prijsstructuur in bijvoorbeeld restaurants beïnvloedt ook hoe vaak mensen voor een avondje uit kiezen. Mijn gevoel is dat minder thuiswerken misschien de trigger is, maar zonder de prijsontwikkelingen in de horeca was het effect misschien een stuk minder groot geweest.
— geplaatst door webcare
Wat me opvalt is dat het artikel benadrukt dat het geen traditionele horeca alleen is die groeit, maar juist ook snack- en fastfoodformules en convenience stores bij tankstations. Minder thuiswerken speelt daar waarschijnlijk een grote rol in, omdat mensen onderweg en op kantoor vaak kiezen voor snelle, toegankelijke opties. De prijsstructuur lijkt vooral invloed te hebben op de cafés en restaurants waar beleving een rol speelt. Voor mij is het dus vooral de verschuiving in de locatie waar gegeten wordt, mede door minder thuiswerken, die de grootste impact heeft.
— geplaatst door webcare
Ik wil ook nog toevoegen dat de manier waarop Nederlanders hun vrije tijd invullen, zoals het artikel noemt, een niet te onderschatten rol speelt. Minder thuiswerken betekent niet alleen meer eten op kantoor of onderweg, maar ook dat mensen hun vrije tijd anders besteden – bijvoorbeeld vaker uit eten gaan of een snelle hap halen tijdens een dagje uit. Dit is een derde factor naast thuiswerken en prijsstructuur die de groei in bestedingen verklaart. Daarmee zie ik het als een drieluik: minder thuiswerken, prijsstructuur en veranderde vrijetijdsbesteding samen zorgen voor de stijging.
— geplaatst door webcare